
De beste manier om spontaan en natuurlijk over te komen voor een groot publiek is het gebruik van een spreekschema. Wat is het: het is een neerslag in steekwoorden van de inhoud, de structuur en de regie van je optreden. Een geschikt spreekschema heeft drie kolommen.
De eerste kolom, de linker, is de tijdsbalk. Daar chronometreer je nauwkeurig hoe lang ieder onderdeel duurt en hoeveel tijd je moet reserveren voor uitweidingen of interactie met het publiek. De tweede kolom, de middelste, bevat de inhoudelijke steekwoorden die de ruggensteun zijn voor je verhaal. Het helpt, als je je niet helemaal zeker voelt, om de intro en het slot woordelijk uit te schrijven. Dat zorgt voor een gebeitelde opening en afsluiting. De opmaak van je schema is overzichtelijk en duidelijk. Het is vooral noodzakelijk dat je in één oogopslag de draad van je verhaal kunt oppikken. Het geheim hier is dat je de logische en woordelijke overgang hardop moet oefenen. Als dat je tijdens een repetitie moeiteloos lukt, zal dat ook in het echt geen probleem zijn. Als dat niet zo is, moet je ingrijpen, moet je, de steekwoorden veranderen en opnieuw gaan oefenen. De derde kolom, de rechter, is de regiekolom. Daar staat in vermeld wat je moet doen, waar je moet staan, wat je eventueel moet indrukken of uitschakelen. Bij voorkeur staan daar ook de dingen die je bij jezelf wilt corrigeren. Tics die je wilt vermijden, lichaamstaal waar je van jezelf op moet letten. Vaak volstaat het om in deze kolom de dingen te vermelden, zodat je ze in één oogopslag kunt opmerken, en ze alleen al daardoor kunt vermijden of er rekening mee kunt houden tijdens je presentatie.
,,Alle goede sprekers zijn begonnen als slechte sprekers.’’- Ralph Waldo Emerson