
Vertel een verhaal. Vertel een goed verhaal. Het vertellen van een goed verhaal is een ambacht dat al eeuwen oud is. Het ontspant, het leert, het helpt en het troost. Een goed verhaal heeft zijn eigen vereisten: Het moet deels bekend zijn. Bazen van filmmaatschappijen weten heel goed dat er drie redenen zijn waarom mensen een film gaan bekijken: de titel, de acteurs en het onderwerp. Twee bekende namen zijn voldoende, drie zinnen om de plot uit te leggen ook. Helder en duidelijk. In veel gevallen doet het er niet toe dat je de afloop van het verhaal vooraf al kent: de Titanic zinkt. Het moet relevant zijn, het moet ertoe doen, betekenis hebben, aanspreken. De Amerikaanse jeugdboekenschrijfster Stephenie Meyer had een droom over een jong meisje dat verliefd wordt op een vampier. Door een afgewogen dosering van fantasie en romantiek is de Twilightserie een boeken- en filmreeks geworden die een miljoenenpubliek beroert. Het moet aanspreken, het moet gaan over iets waar het publiek een band mee heeft of kan hebben. Ondanks een achtergrond van vampieren en weerwolven is Twilight een verhaal over dingen die tieners bezighouden: relaties, trouw en ‘de eerste keer’. Het moet memorabel zijn, dat klinkt vanzelfsprekend, maar het is essentieel: een goed verhaal moet je willen doorvertellen. Wie ergens binnenkomt en zegt: ‘Wil je nu eens iets weten’, heeft een goed verhaal. Als je het niet wilt weten, is het geen goed verhaal. Het moet verteld kunnen worden in een paar zinnen en het moet opnieuw en opnieuw verteld willen worden: van Robin Hood, Romeo en Julia, Tien kleine negertjes, Les Misérables tot Star Wars.