
Wat het is: het gevoel, de houding en de motivatie van de ander onderzoeken, onderkennen en ervoor openstaan . Hoe je het doet: het eigen gedrag afstemmen op de ander. Rekening houden met omstandigheden, gevoelens, persoon en mogelijkheden. Belangstellen in ethische en morele verschillen. Waarderen van afwijkende meningen. In de praktijk: De vermaarde dirigent Otto Klemperer wordt beschouwd als een van de belangrijkste orkestleiders van de 20ste eeuw. Daarom verwachtte hij altijd alleen het allerbeste van zijn muzikanten. Maar met complimenten was hij nooit overdreven. Tot hij na een opvoering eens zei: ‘Goed.’ Het orkest was zo geschrokken en gecharmeerd dat ze spontaan in een applaus uitbarstten, waarop hij zei: ‘Zo goed was het nu ook weer niet.’