
Het is vaak bij de conclusie dat het publiek weer wakker wordt’, zei Churchill. Als je ergens spreekt, rond dus zacht af maar doeltreffend.
- Vat samen wat je verteld hebt.
- Rond af.
- Grijp nog één keer de aandacht. Verras, emotioneer, blaas ze van hun sokken.
- Waarschuw. Geef ze een praktische tip mee. Iets waar ze straks, vanavond, morgen concreet iets aan hebben.
- Breng een toost uit.
- Laat horen in de toon van je stem dat het echt klaar is.
- Gebruik afrondende woorden. Samengevat. Afrondend. Tot besluit.
- Wees beknopt. Ik meen het. Een besluit mag maximaal 5 tot 10 procent van je betoog zijn. Als je 20 minuten spreekt, is het één tot twee minuten maximaal. Houd je daaraan. Het publiek zal je dankbaar zijn.
- Schrijf het uit. Zodat je heel goed weet wat je gaat zeggen. Zodat je geen omzwervende beweging meer maakt en je een degelijke, zinnige indruk achterlaat.
- Gebruik lekkere laatste woorden. Zeg dat ze iets moeten doen, iets onthouden, iets weten, over iets moeten nadenken. Een gedicht, anekdote of een verhaaltje. Laat ze lachen, huilen, applaudisseren. Wat je zeker niet moet doen: langer spreken dan aangekondigd. Afdwalen en de weg verliezen. Zeggen dat je iets vergeten bent.